Proloog
Na mijn ontmoeting met Helen Prejean, correspondeerde ik van juni 2006 tot aan zijn executie in 2009 met William Mark Mize, een man die al 14 jaar lang in de dodencel van Jackson, Georgia verbleef. Hij werd in 1995 ter dood veroordeeld op aanklacht van een moord en geëxecuteerd op 29 april 2009 met een dodelijke injectie.
De vraag was niet of hij schuldig of onschuldig was. Dit was evenmin een rechtszaak die Amnesty International heeft opgevolgd. De bedoeling was om de lezers een blik te geven op het dagelijkse leven in de dodencel.
Een systeem waarin je jarenlang dag in dag uit moet wachten op de datum van je executie, dat is een systeem van wraak en marteling. Daarom zochten we – via de organisatie Inside-Outside – iemand die deze realiteit een stem geeft. Er lijkt me geen effectievere manier om de onmenselijkheid van de doodstraf aan te klagen dan hen aan het woord te laten die het dagelijks beleven.
Hieronder vind je de fragmenten uit die correspondentie die gepubliceerd werden.
—
Juli 2006
Dag Joke,
Ik kreeg een kopie van je brief via Inside-Outside en wil graag deelnemen aan je initiatief. Ik begrijp het concept – je mag eender welk deel van mijn brieven publiceren.
Eerst mezelf introduceren: mijn naam is William Mark Mize – Mark – en ik zit al 11 jaar in de dodencel in Georgia. Ik ben 49 jaar en opgegroeid in Georgia. Vroeger heb ik nog gevangenistijd moeten uitzitten. Wat ik je zal vertellen zal je verontrusten, maar gooi mijn brief niet weg. Ik vertel je dit, omdat ik niks wil verbergen. Vroeger zat ik een periode in de Ku Klux Klan. Ik werd toen gearresteerd voor brandstichting en wapenbezit. Ik was voorwaardelijk vrij toen de moord, waarvoor ik onschuldig blijf pleiten, gebeurde.
Sinds de doodstraf weer van kracht is, zijn er al 39 executies geweest hier in Georgia. Met mijn vroegere verleden ben ik een perfecte kandidaat ervoor. Door mijn zware verleden is niemand geïnteresseerd in mijn verdediging. Ik wil niet de straf aanvechten; wel de uitspraak.
Misschien geloof je niet dat ik onschuldig ben, maar je kan je hoe dan ook niet voorstellen hoe het is om hier meer dan 11 jaar te zitten. Ik zou een horrorverhaal kunnen schrijven over de voorbije jaren. In 2000 ging ik 62 dagen in hongerstaking, maar er werd geen gevolg aan gegeven. Ik werd geboeid door de gang gesleurd terwijl agenten me schopten. Ik bracht maanden aan een stuk door in afzondering. Ik ben blij dat ik over zulke zaken eindelijk kan schrijven.
De gevangenis heeft onlangs enkele agenten ontslagen omdat ze geboeide gevangenen ineen hadden geslagen. Een ervan overleefde het niet. Ik heb al veel zulke zaken moeten zien. Elke dag hier is eenzaam en pijnlijk. De voorbije jaren eisten een zware tol. Je zal stap per stap lezen over hoe het er hier aan toegaat; over de mishandeling, de stakingen, de luttele ‘privileges’ die ze ons geven en waarmee ze ons treiteren door ze ons ook weer af te nemen … Ik hoop dat dit project helpt om hierover bewustzijn te scheppen. Maar we beginnen bij het begin. In mijn volgende brief beschrijf ik de dagroutine van het leven in deze dodencel.
Mark
Augustus 2006
Zoals beloofd vertel ik je wat meer over de dagelijkse routine hier, zodat je het kader kent waarin alles zich afspeelt.
Mijn cel is 2m bij 2,5m. Mijn bed neemt bijna alle ruimte in. Er is een klein kastje, een toilet en een wastafel. De voorkant van de cel bestaat uit tralies.
Er zijn 4 celblokken met een totaal van 118 cellen. Ik zit in celblok G1, cel 3. De centrale hal geeft toegang tot alle blokken. In de gang van elk blok staat een bewakershok, een douche en een telefooncel. Om in een celblok te komen ga je langs 2 elektrische poorten: nadat poort A achter je sluit, opent poort B. Dat geluid herinnert er ons steeds opnieuw aan dat er geen ontsnappen mogelijk is.
Voor de cellen is een ruimte waarlangs de bewaker ons inspecteert; die noemen we de ‘catwalk’. Elke cel bevat een muurplaat met 4 jacks voor koptelefoons: 3 voor radio en eentje voor tv. Je kan naar de radio luisteren, maar je kan niet veranderen van station. De televisies staan op de catwalk: eentje per 3 cellen. Het geluid hoor je enkel door je koptelefoon, zo blijft het stil in het blok. Enkel de bewaker heeft een afstandsbediening en elke cel krijgt een dag om de programma’s in zijn blok te kiezen.
Tussen 6u en 21u verlaten we de cel in drie groepjes. Shift 1 verlaat de cel van 6u tot 9u, shift 2 van 9u tot 12u enzovoort. Tweemaal per week mogen we drie uren op de koer – als het mooi weer is. Die koer is ongeveer 30m op 30m, enkel beton, geen gras. Er is een basketruimte en een volleybalruimte. Bij slecht weer kunnen we aan metalen tafels schaken of dammen.
Tijdens het weekend en op feestdagen is bezoek toegelaten. Er mogen maximum 12 mensen op onze door de gevangenis goedgekeurde bezoekerslijst staan. Per blok is er een bezoekersruimte. Onze stoel moet tegenover de bezoeker staan, met een bewaakte ruimte tussen de stoelen.
Zo, een wat onpersoonlijke beschrijving van de dagelijkse routine, maar het geeft je de setting voor de komende verhalen.
Tot gauw.
William Mark Mize
Oktober 2006
Je vroeg me dieper in te gaan op recente gebeurtenissen. Met de basisrechten van de gevangenen wordt het niet nauw genomen. Een klein incident kost je algauw 14 dagen in isolatie. Je krijgt dan een papieren overhemd en een rol toiletpapier en daarmee moet je het dagen stellen. Dat is een standaardpraktijk; isolatie is een standaardstraf.
Deze gevangenis zit verwikkeld in een rechtszaak. Een mentaal gehandicapte gevangene werd geboeid ineengeslagen door enkele agenten en overleed daarna aan bloedstolling. Enkele betrokken officieren werden ontslagen. Ik ging toen 62 dagen in hongerstaking. Ik sprak hierover met een legaal adviseur. Na dat gesprek werd ik door agenten weggeleid – geboeid en geketend rond mijn heupen. We wandelden door de controlepoort en ik kreeg een slag in het gezicht. Ik liet me op mijn knieën vallen en werd gestampt. Ik kwam terecht in een cel met enkel een stalen bank en moest daar verschillende dagen blijven. Ik kon mijn benen niet meer voelen; mijn rug was gekraakt.
Ik heb hierover gepraat met een advocaat, maar de wet gebiedt dat een gevangene fysieke mishandeling moet documenteren om een klacht in te dienen bij de rechtbank. Daardoor kon ik hem niet overtuigen om een zaak aanhangig te maken. Bijna niemand ziet het nog zitten om klachten in te dienen. Niemand heeft zin om hetzelfde mee te maken.
Machtsmisbruik is hier schering en inslag en de gevangenen durven niet op te komen voor hun rechten. Let’s face it: gevangenen die hier terechtkomen, moeten niet gerehabiliteerd worden. Ze zitten gewoon in transit tot ze geëxecuteerd worden. Je zou denken dat mensen die een geplande dood tegemoet gaan meer wordt toegestaan dan anderen. Zo is het zeker niet. Sporadisch stelt de gevangenis zelfs een rookverbod in. Zelfs bij de laatste maaltijd wordt dan geen sigaret toegestaan! Walgelijk vind ik dat. De gevangenis heeft ook pornografische magazines en naaktfoto’s verboden. Dat past perfect in de educatieve lijn van executie, niet?
Ach, genoeg voor nu. In aansluiting op je vorige brief, schrijf ik in de volgende brief over de onderlinge relaties tussen de gevangenen hier.
Tot dan, groetjes
Mark
December 2006
Vriendschap op death row … Je vraagt er al een tijdje naar. Hier heerst weinig eenheid. Wij leven afgesloten van de wereld, en in tegenstelling tot films waarin alle gevangenen samenspannen, is er vooral haat en jaloezie. Wanneer iemand een paar minuten langer uit zijn cel mag blijven of een paar dollars verdient aan sigaretten, zijn de gevangenen dagenlang bezig over hoe oneerlijk dat is. Elk minuscuul incidentje zorgt voor dagen conversatie.
Er zijn er die alles wat fout loopt toeschrijven aan ras. Zwart tegen blank en omgekeerd. Enkelingen geloven dat alle gevangenen tegen hen samenzweren en verlaten nooit hun cel. Sommigen lezen de hele dag de bijbel of de koran. De algemene onderwerpen zijn eten, tijd buiten de cel, wat we kunnen kopen in de winkel, hoeveel geld we hebben en televisieprogramma’s.
Er zijn wel vriendschappen, maar ikzelf wil me niet teveel aan iemand hechten. Er werden al vrienden geëxecuteerd; dat is gewoon te zwaar. Zelfs als ik niet goed bevriend ben met veroordeelden die terechtgesteld worden, lig ik ervan wakker. Rob, een van de gevangenen hier, werd in isolatie gestopt toen zijn beste vriend werd geëxecuteerd. Hij was in alle staten.
Soms pleegt iemand zelfmoord. De dood is hier een enorm deel van het dagelijks leven. Soms wil ik mijn rechtszaak gewoon stopzetten, er de brui aan te geven. Gewoon sterven en hier niet meer moeten zijn. Virgil, één van mijn vrienden, zit hier al 30 jaar. Hij zegt dat hij zijn rechtszaak stopzet zodra zijn moeder overlijdt.
Sommige gedetineerden zijn de hele dag bezig met de wet: disputen met hun advocaten, wat de volgende stap in hun rechtszaak kan zijn … Ze houden een hele database bij over hun zaak en vullen die continu aan met nieuwe informatie. Maar de meesten willen niet over hun zaak praten. Het is een doorn in hun zij. Soms hoor je iemand zeggen: “Daar gaat mijn laatste beroep. Ik heb maar een jaar meer te leven.” Elke dag kan elk van ons het verdict krijgen met de datum waarop we vermoord zullen worden. Zo werkt dit sadistische gerechtssysteem nu eenmaal. Over zoiets valt niet te praten.
Tot de volgende brief, take care.
Mark
Mei 2007
Ons voedsel wordt geproduceerd op velden die eigendom zijn van de gevangenis. Aan de staatsgevangenis van Reidsville grenst bijvoorbeeld 100 000 hectare land. De porties eten zijn hier piepklein, wellicht opdat we meer junkfood zouden kopen uit de gevangeniswinkel. Vegetariërs krijgen hetzelfde als anderen, maar dan zonder het vlees. De gevangenis argumenteert dat je zo ook wel voldoende calorieën binnenkrijgt. Verleden maandag was een culinair dieptepunt toen we ’s morgens op ons ontbijt rundjus voorgeschoteld kregen.
Regelmatig zitten gevangenen door de opeengestapelde plateaus te speuren naar etensresten. De wachters vinden het soms grappig dat veel gevangenen hun zelfrespect verliezen. Ik weiger mee te doen met dat psychologische spelletje. We krijgen roepnamen als “inmate” of “boy” … Ze willen het gevoel behouden dat ze macht over je hebben en lukt dat niet, dan komen er sancties.
Wat er ook gebeurt, ik besef dat ik in een onmenselijk en onrechtvaardig systeem zit. Ik houd mijn kin in de lucht, ook al blijft de kans groot dat ik in de nabije toekomst geëxecuteerd word. Ik denk aan alle onschuldigen die van hun leven beroofd zijn, alleen maar omdat de staat niet wilde toegeven dat er ernstige fouten zitten in haar systeem.
Soms is het moeilijk om mijn verstand te behouden. Ik probeer sterk te blijven, maar het is ontzettend hard om dagelijks met deze realiteit om te gaan. Als ik ooit de kans krijg, dan zou ik mijn verdere leven leiden zonder wettelijke incidenten. Ik droom voortdurend over een leven buiten de gevangenis. Soms houd ik me bezig met het opschrijven van alle spullen die ik nodig zou hebben in mijn huisje. Ik probeer de prijzen ervan in te schatten en bereken hoeveel geld ik zou nodig hebben voor alles, van sokken tot servettenhouders. Mijn droom is om een pickuptruck en een hoeve te kopen en enkele hectaren grond op het platteland Ik wil niks liever dan tuinieren en vredig oud worden. Ik ben de tralies zo moe!
Ik laat je voor nu. Nog eens bedankt voor deze correspondentie, die betekent erg veel voor me.
Groetjes, Mark
Juni 2007
Een van de gevangenen werd vandaag dood aangetroffen in zijn cel, volgens de officieren na een hartaanval. Ze zeggen dat interne bloedingen de oorzaak van de aanval waren, maar een van de officieren vertelde me dat hij nog nooit zoveel bloed in een cel had gezien. Nu heerst hier grote opschudding. De telefoonlijnen kunnen niet gebruikt worden tot de gevangenis hierover een officiële verklaring heeft voor de media.
De pers vindt het echter nooit de moeite om over zoiets, noch over executies iets te publiceren. Ongelooflijk, hoe alledaags een executie is voor deze staat. Dat komt grotendeels door de overschakeling naar dodelijke injectie, wat gezien wordt als een ‘menselijke’ manier om te moorden. Er spatten geen elektrische spetters rond, er zijn geen zware stuiptrekkingen meer, er vliegen geen gevangenen meer in brand, dus is het geen nieuws meer. Persoonlijk vind ik het daarom zeker geen verbetering. Vroeger zag je tenminste wat het werkelijk was: een moord, zo uit een of andere grimmige horrorfilm geplukt.
Er gaat deze week ook een nieuwe regel in: we mogen nu maar twee mensen op onze bezoekerslijst plaatsen die géén familie van ons zijn! De oude regel was twaalf mensen, familie óf vrienden. Het is onmenselijk, want velen werden door hun familie onterfd en hebben niemand meer. Velen zullen vrienden die hen al jaren bezoeken, moeten vragen om niet langer te komen. Ik wilde het gewoon uitschreeuwen toen ik dit vernam!
We proberen nog steeds een rechtszaak aan te spannen over de leefomstandigheden hier, die conform de zogenaamde Consent Decree van 1981 zouden moeten zijn. De rechtbank lijkt niet geïnteresseerd. Er zijn ook geen advocaten die ons Pro Deo willen helpen. Zoals het er nu voor staat, wordt mijn schrik om levenslang te krijgen even groot als mijn schrik om een executiedatum te vernemen. Ook ik kom soms in de verleiding om niet langer in beroep te gaan. Toen ik net gearresteerd was, sprak ik met diverse advocaten. Eentje ervan verzekerde me dat hij voor 75.000 dollar een vrij man van me zou maken. Hoe zou alles verlopen zijn indien ik toen dat geld op tafel had kunnen leggen…?
Ik schrijf je gauw meer, tot dan.
Mark
Augustus 2007
Slecht nieuws vandaag: een van de gevangenen is op het einde van zijn beroepsmogelijkheden gekomen en zal dus binnen de twee weken zijn finale executiedatum krijgen. Binnen de 4 tot 6 maanden volgen dan nog 4 anderen. De rest van ons moet verder wachten…
Laat me jou een goede raad geven: neem geen enkel moment in je leven als vanzelfsprekend. Wanneer iemand in een gevangenis terecht komt zoals deze, stopt de tijd. De wereld evolueert, iedereen groeit en verandert, maar je merkt het niet meer. Mijn zoon was 9 toen ik gearresteerd werd, mijn vrienden zaten in een bepaalde fase in hun leven, hun kinderen ook. In hun huis stonden bepaalde meubels, bepaalde auto’s waren in… Twaalf jaar later zie ik mijn zoon nog steeds als dat 9-jarig jongetje voor me wanneer ik hem schrijf. De kinderen van mijn vrienden hebben zelf al kinderen en ik zie ze nog steeds als tieners. Mijn leven stopte 12 jaar geleden. Ik denk aan natuurgebieden waar ik vaak door heb gereden met mijn auto, een 1973 Ford. Veel van die gebieden zijn nu volgebouwd met appartementen en winkelcentra. Vroeger kon ik een auto zelf repareren, nu zijn ze allemaal van glasvezel en plastiek gemaakt, met brandstofinjectie in plaats van carburators en ik kan ze niet meer uit elkaar houden. In mijn hoofd is het nog steeds 1994.
Ik hoop dat je je vrijheid naar waarde schat. Simpele dingen in het leven zijn ontzettend waardevol, onderschat ze alsjeblieft nooit. De geur van vers gras of bloemen, van dennennaalden in een bos of van vis en algen als je rond een meer wandelt… Gewoon kunnen binnenwandelen in een winkel en een ijsje kopen, gewoon een half uurtje rondrijden met je auto om tot rust te komen… dat zijn de zaken die ik het meeste mis. Zomaar even een vriend opzoeken of op een mooie zomeravond een kop warme chocolademelk drinken onder de sterrenhemel… Die dingen zijn onbetaalbaar en onvervangbaar.
Als ik hier ooit uit geraak, zou ik dan niet bang zijn van de wereld om me heen? Zou ik me nog kunnen aanpassen?
William M. Mize