Op wandel met de egel

egeltje

Egels zijn onmiskenbaar door de stekels op hun rug en hun kopje. De meeste mensen weten vooral dat ze zich bij gevaar soms oprollen tot een bal en niet altijd vluchten. Dat maakt hen tot een van de grootste verkeersslachtoffers in Vlaanderen. Maar veel verder reikt onze kennis vaak niet. We zoomen even in op dit guitige diertje.

Een egel (in onze contreien is dat de soort Erinaceus europaeus) wordt tot 30 cm groot en weegt 400 tot 1100 gram, afhankelijk van leeftijd en geslacht. Over het algemeen zijn volwassen mannetjes het grootst en het zwaarst. Volwassen egels hebben tot 7000 stekels. Omdat ze zich meestal met hun buik tegen de grond drukken bij mogelijk gevaar, lijkt het alsof ze korte poten hebben. Maar eigenlijk zijn hun poten helemaal niet zo kort en dat wordt duidelijk wanneer een egel begint te lopen. De voorpoten zijn bovendien sterk genoeg om te graven. En om heel lange tochten te maken.

Nachtelijke wandelaar

De egel komt vrij algemeen voor in bijna heel West-Europa. In onze streken vind je egels in vrijwel alle landschappen, al zijn ze in sommige gebieden talrijker dan in andere. Tuinen, parken, bosranden, struweel en loofbos, liefst met ondergroei, zijn hun favoriete habitats. De dichte vegetatie biedt dekking bij gevaar en is geschikt voor het maken van een slaapplaats, terwijl in de meer open stukken gefoerageerd wordt. Egels vermijden vochtige gebieden, want ze hebben een hekel aan nattigheid.

Egels komen ook in steden voor, zolang er maar groen en schuilplaatsen aanwezig zijn. Het leefgebied van egels is de laatste jaren sterk gekrompen, omdat veel kleine landschapselementen uit het landbouwgebied verdwenen zijn. Met egelvriendelijke tuinen en parken kunnen we hier een tegengewicht bieden.

Als een onderkomen goed bevalt, kan dezelfde egel het jaren blijven gebruiken. Het egelnest wordt letterlijk in elkaar gedraaid: de egel sleept het nestmateriaal naar zijn favoriete plek, maakt een hoop, graaft zich in en begint te draaien. Zo ontstaat een wand van dicht op elkaar gepakte bladeren en mos, tot wel twintig centimeter dik. In de zomer slapen egels vaak op de kale grond onder dicht struikgewas, in holtes onder boomwortels, in composthopen of in konijnenholen.

Egels zijn nachtdieren. Overdag slapen ze en ’s nachts gaan ze in hun eentje op tocht. En ze maken grote tochten. Ze hebben een min of meer vast ‘leefgebied’, bij mannetjes tot wel 30 ha groot, bij vrouwtjes tot 20 ha, en wandelen daarin enkele kilometers per nacht. Dit ‘territorium’ wordt niet verdedigd tegen soortgenoten; binnen een leefgebied kun je dus veel egels vinden. Ze zijn verrassend snel en lenig, kruipen door nauwe spleten en kunnen prima zwemmen.

egeltje-opgerold

Koelbloedige winterslaper

Egels behoren tot de enkele diersoorten in Vlaanderen die een echte winterslaap houden. Andere dieren, zoals de eekhoorn, gaan in een zogeheten winterrust.

Tijdens een echte winterslaap ondergaat een dier fysiologische veranderingen die zijn stofwisseling vrijwel stilleggen, zodat het de koude wintermaanden kan doorkomen. Een egel gaat in winterslaap wanneer er niet genoeg voedsel meer te vinden is. Om energie te sparen, gaat hij in ‘standby’ modus: zijn ademhaling vertraagt, zijn lichaamstemperatuur daalt (met 1 tot 5°C) en zijn stofwisseling vermindert. Ondanks zijn zuinigheid verliest een egel in de winter toch nog ongeveer 30% van zijn lichaamsgewicht. Hij moet dus voldoende vetreserves hebben voor hij aan de winterslaap begint. Vooral jonge dieren en vrouwtjes slagen er vaak niet in om tijdens de herfst hun gewicht boven de kritische grens van 500 gram te brengen en komen de lange winter niet door.

Dieren die in winterrust gaan, verlagen hun metabolisme niet zo sterk als de echte winterslapers. Eekhoorns zijn bijvoorbeeld tijdens de winter actiever dan egels en blijven enkel bij echt slecht weer langer in hun nest. Ze kunnen overleven dankzij hun voorraad eikels, noten en kegels van naaldbomen die ze tijdens de warmere maanden hebben verzameld.

Tijdens heel zachte winters, wanneer er meer insecten beschikbaar zijn, kan het dus gebeuren dat de egel geen winterslaap houdt. Vaak duurt de winterslaap van oktober/november tot maart/april, maar veel hangt dus af van de omstandigheden. Mannetjes ontwaken meestal vroeger dan vrouwtjes, om hun leefgebied al te verkennen voor het voortplantingsseizoen begint.

Escargots met kevertjes

Het winterdieet wordt in het voorjaar ruimschoots gecompenseerd. Dankzij hun goede reukvermogen en gehoor weten egels veel kevers, rupsen, regenwormen, oorwormen en slakken op te sporen. Een egel kan wel veertig slakken eten op één nacht.

Egels voeden zich vooral met kleine ongewervelden, zoals kevers, regenwormen, slakken en rupsen. Ook kleine gewervelde dieren, zoals jonge muizen, amfibieën en vogels, maar ook aas, plantaardig materiaal en allerlei resten van achtergelaten menselijke etenswaren maken in kleine mate deel uit van hun dieet. Daarnaast zijn egels verlekkerd op eieren. Er zijn talrijke waarnemingen van egels die kippenrennen binnendringen om eieren te roven. Ze bijten de schaal helemaal stuk en likken dan de inhoud op. Egels eten ook huisjesslakken, en dan eten ze het huisje gewoon mee op. In de nazomer en herfst lusten ze ook graag bessen.

Polygame vaders en alleenstaande moeders

egelbabys-2
© VOC Merelbeke

Egels zijn ‘einzelgängers’. Ze vormen geen vaste paartjes, maar komen enkel samen om te paren en gaan dan weer elk hun eigen weg. De paartijd loopt van mei tot en met augustus en het paren duurt vrij lang en is heel lawaaierig. Het mannetje loopt een paar keer rond het vrouwtje, dat daarop agressief haar stekels laat zien. Dit kan uren duren en bij een groot deel van deze ontmoetingen vindt uiteindelijk geen paring plaats.

Indien het tot een bevruchting komt, zal het vrouwtje na een dracht van ongeveer vijf weken gemiddeld vier tot zeven jongen werpen. De jongen zijn dan nog onbehaard en blind, maar na een paar uur verschijnen al witte stekels. Binnen enkele weken worden deze vervangen door een tweede en derde generatie stekels. Na twee weken gaan de ogen en oortjes open.

Na drie weken verlaten de jongen het nest en gaan ze met moeder mee op stap. Op een leeftijd van ongeveer zes weken worden ze zelfstandig. De jongen blijven bij elkaar om te overwinteren in het nest waarin ze zijn geboren; de moeder maakt dan voor zichzelf een nieuw winternest. Het mannetje bemoeit zich niet met het grootbrengen van de jongen. Hij gaat liever op zoek naar het volgende vrouwtje.

Soms eet de moeder haar jongen op. De precieze reden hiervan is onduidelijk, maar wetenschappers vermoeden dat dit wordt veroorzaakt door stress of omdat de moeder aanvoelt dat er iets mis is met de jongen. Mogelijk doodt de moeder de jongen om zichzelf te beschermen wanneer er onvoldoende voedsel of drinken voorradig is. Het gedrag komt ook wel voor wanneer het nest wordt verstoord wanneer de jongen nog zeer jong zijn. Als de jongen al groter zijn, verplaatst de moeder het nest doorgaans door de jongen bij hun nekvel te grijpen en één voor één naar een veiliger plek te brengen.

Egels kunnen maximaal acht jaar oud worden, maar meestal worden ze niet ouder dan een jaar of vijf.

Ruiken met de tong en tjilpen als een vogeltje

Egels hebben zwarte, bolle oogjes, maar ze zijn zo bijziend als een mol. Hun gehoor is daarentegen uiterst scherp, net als hun reukzin. Egels beschikken over het orgaan van Jacobson, waarmee ze ook geuren kunnen opvangen via hun tong.

De tastzin is heel goed ontwikkeld. Egels voelen door middel van buikharen en snorharen wat ze onderweg tegenkomen en onder hun voetzolen zitten sensoren waarmee ze trillingen kunnen opvangen.

In tegenstelling tot wat velen denken, zijn egels vrij luidruchtig. Ze maken veel geluid tijdens het eten, zoals smakken en snuiven. Als een egel boos is gaat hij gillen, en hij snuffelt en sist als hij opgewonden is. Bij pijn of hevige angst klinkt het geluid van egels als het krassen van een ijzerzaag. Egelbaby’s tjilpen dan weer als een klein vogeltje bij honger of als ze hun moeder zoeken. Als egels paren is het helemaal feest: dan wordt erop los gepuft, gegromd, geblazen, gesnoven en geknord. Veel kans dus dat je al eens een egel hebt gehoord, maar niet wist wat het was.

Hun uitermate sterk ontwikkelde hoor- en reukvermogen maakt egels bijzonder alert voor gevaar. In tegenstelling tot wat algemeen gedacht wordt, rollen egels zich niet onmiddellijk op als ze zich bedreigd voelen. In een eerste reactie richt de egel zijn stekels op om er een ondoordringbare bolster mee te vormen. Indien mogelijk vlucht hij richting struikgewas. Als er geen tijd is om dekking te zoeken, verstart hij en drukt zich tegen de grond, waarbij de huid met stekels zich naar beneden trekt en daarbij de poten, de staart en het gezicht bedekt. Dit typische ‘fronsen’ laat de egel toe om toch nog te zien en te horen wat er rondom hem gebeurt. Pas wanneer het gevaar voor de egel tastbaar wordt, bijvoorbeeld als hij aangeraakt wordt, rolt het dier zich ook daadwerkelijk op. Zo nodig kunnen egels urenlang opgerold blijven.

egeltje-klein

Egels, een beschermde diersoort

De egel is een wettelijk beschermde diersoort. Het diertje is het tweede grootste verkeersslachtoffer in Vlaanderen (na de gewone pad). De meeste slachtoffers vallen in de zomer en dat zijn dan vooral mannetjes die actief naar vrouwtjes zoeken en daarbij regelmatig wegen moeten oversteken. Later op het seizoen worden vooral jonge egels aangereden.

Maar veel egels laten ook het leven door maaien of branden van vegetatie, doordat ze verstrikt raken in netten of rondslingerend afval, in onafgedekte putten vallen, verdrinken, vergiftigd raken of ondeskundig behandeld worden. Soms komen egels ook om door het verbranden van hopen tuin-, tak- en bladafval, maar dat is eigenlijk bij wet verboden. Voor enkele van de doodsoorzaken kan het aantal slachtoffers op relatief eenvoudige wijze worden beperkt. Zo hoort afval in de daarvoor bestemde containers. Alle tips voor een egelvriendelijke tuin vind je terug in onze folder (zie onderaan).

Natuurlijke vijanden

Met zijn auto vormt de mens het grootste gevaar voor de egel. Daarnaast beïnvloeden ook parasieten (vooral teken, vlooien en mijten) de levensverwachting van de egel. Jonge of verzwakte dieren vallen wel eens ten prooi aan een vos of das. Dassen kunnen met hun stevige klauwen gemakkelijk een volwassen egel ontrollen. Egels hebben een sterke afkeer van dassengeur en ze zouden ecoducten vermijden die door dassen gebruikt worden. In gebieden waar dassen voorkomen, zijn egels duidelijk in lagere aantallen aanwezig, terwijl ze zelfs afwezig zijn in gebieden waar dassen hoge dichtheden bereiken. Vossen zouden een minder belangrijke rol spelen in de predatie van egels. Nestjongen en zieke dieren zijn ook kwetsbaar voor ratten, hermelijnen en wezels. Ook roofvogels durven zich aan egels vergrijpen.

Vroeger werden egels ook soms door mensen gegeten, zoals door de oude Egyptenaren en in de late Middeleeuwen. Zigeuners en Spanjaarden aten nog egelvlees tot begin de 20e eeuw. De diertjes werden dan in klei gewikkeld en gebakken in een oven. Daarna werd de klei opengebroken en daarin bleven de stekels dan zitten. Gelukkig zien we in België enkel taartjes en snoep in de vorm van egels!

Bronnen:

http://www.zoogdierenwerkgroep.be
http://www.waarnemingen.be
http://www.zoogdierenvereniging.nl
http://www.dikkeprik.nl
Compendium van dieren als dragers van cultuur – Deel 1: Zoogdieren (Marcel De Cleene & Jean-Pierre De Keersmaecker)

Sporen in de tuin

Uitwerpselen

egelkeutel

De gitzwarte uitwerpselen van de egel zijn gemakkelijk te vinden. Vaak glinsteren ze door de niet verteerde delen van keverschilden. De uitwerpselen zijn bros en cilindervorming, meestal aan één pool puntig, 8 tot 12 mm breed en 30 tot 60 mm lang. Wanneer egels muizen gegeten hebben, zijn de uitwerpselen doffer van kleur en vaster. In de nazomer en herfst zitten er soms resten van bessen in.

Loopsporen

hedgehog-tracks1

Egels gebruiken ’s nachts veelvuldig onverharde wegen en paden. Sporen zijn daardoor gemakkelijk te vinden in vochtig zand of opdrogende modder. Je kunt natuurlijk ook altijd een sporentunneltje in de tuin installeren.

De afdrukken zijn te herkennen aan het sterk gespreide, wijdbenige spoor en de vrij lange tenen. Egels hebben vijf tenen aan zowel voor- als achtervoeten. De voorvoetjes zijn rond, de achtervoetjes langwerpig. De pootafdrukken zijn ongeveer 2,5 cm breed. De afstand tussen twee afdrukken van één poot is zo’n 10 cm.

Heb je een egel gezien? Laat het ons weten via gent.waarnemingen.be.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: